ECLI:NL:HR:2009:BH0606
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunning weigering behandeling onder douanetoezicht en rol Comité douanewetboek
Belanghebbende verzocht om een vergunning voor behandeling onder douanetoezicht, welke door de Inspecteur werd geweigerd en deze weigering werd gehandhaafd na bezwaar. Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, mede na een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur bij de beoordeling van een vergunningaanvraag rekening moet houden met de conclusies van het Comité douanewetboek, maar dat deze conclusies niet bindend zijn. De inspecteur mag afwijken van het Comité, mits hij dit voldoende motiveert en een niet-marginale beoordeling maakt.
Het hof had geoordeeld dat de inspecteur een marginale toetsing mag toepassen op de conclusie van het Comité, wat de Hoge Raad bevestigt. Verder oordeelde het hof dat belanghebbende onvoldoende gegevens had aangedragen om het oordeel van de inspecteur te weerleggen dat het verlenen van de vergunning de belangen van communautaire suikerproducenten zou schaden.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en wijst de proceskosten af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning wordt bevestigd.