ECLI:NL:HR:2009:BH1545

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13664
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijswaardering en beperkte bewijskracht partijgetuige in civiele procedure over huurrechten en beslag

Ekamij B.V., rechtsvoorganger van Ruimbaan B.V., vorderde van OEGSTGEESTER GRONDBEZIT B.V. (OGB) betaling van €567.225 wegens het prijsgeven van huurrechten. OGB bestreed deze vordering en vorderde in reconventie dat het beslag dat Ekamij op haar onroerende zaken had gelegd onrechtmatig werd verklaard en dat Ekamij schadevergoeding moest betalen.

De rechtbank wees de vordering van Ekamij af en veroordeelde haar tot schadevergoeding aan OGB. Ekamij ging in hoger beroep, waarbij OGB haar reconventionele eis wijzigde. Het hof vernietigde het vonnis in reconventie, wees de gewijzigde eis van OGB af en bekrachtigde het vonnis voor het overige.

Ekamij en Ruimbaan stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, onder verwijzing naar het bewijsrecht en de beperkte bewijskracht van partijgetuigen. Het beroep werd verworpen en Ekamij en Ruimbaan werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Ekamij en Ruimbaan wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

10 april 2009
Eerste Kamer
07/13664
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. EKAMIJ B.V., als rechtsvoorganger van Ruimbaan B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
2. RUIMBAAN B.V., als rechtsopvolger van Ekamij B.V.,
gevestigd te Leiden,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.L.C. Lamme,
t e g e n
OEGSTGEESTER GRONDBEZIT B.V.,
gevestigd te Oegstgeest,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Ekamij, Ruimbaan en OGB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ekamij heeft bij exploot van datum 7 februari 2002 OGB gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, OGB te veroordelen om aan Ekamij te betalen een bedrag van € 567.225,-- inzake het prijsgeven van haar huurrechten, met rente en kosten.
OGB heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het door Ekamij gelegde beslag op een aantal onroerende zaken onrechtmatig is en derhalve vervalt, en Ekamij te veroordelen in de schade die OGB als gevolg van het beslag heeft geleden en/of zal lijden, nader op te maken bij staat.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling, bij vonnis van 20 november 2002 in conventie de vordering van Ekamij afgewezen en in reconventie Ekamij veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan OGB, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Tegen dit vonnis heeft Ekamij hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. OGB heeft bij memorie van antwoord de eis in reconventie gewijzigd.
Bij eindarrest van 5 september 2007 heeft het hof, na een tussenarrest en getuigenverhoren, het vonnis waarvan beroep voor zover in reconventie gewezen vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de in hoger beroep gewijzigde vordering van OGB tegen Ekamij en Ruimbaan afgewezen, het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders dan in de eerste instantie gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben Ekamij en Ruimbaan beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen OGB is verstek verleend.
De zaak is voor Ekamij en Ruimbaan toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Ekamij en Ruimbaan in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van OGB begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.