ECLI:NL:HR:2009:BH1996
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor letselschade werknemer tijdens rollerskateles bedrijfsuitje
In deze zaak vordert een werknemer schadevergoeding van haar werkgever wegens een ongeval tijdens een rollerskateles die onderdeel was van een personeelsactiviteit na werktijd. De werknemer brak haar pols en ontwikkelde een posttraumatische dystrofie.
De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de werkgever aansprakelijk was op grond van de zorgplicht uit art. 7:611 BW Pro, omdat het ongeval plaatsvond tijdens een werkgerelateerde activiteit en de werkgever onvoldoende maatregelen had genomen om de werknemer te beschermen tegen het valgevaar.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 7:658 BW Pro niet van toepassing is omdat het ongeval niet tijdens de uitoefening van de werkzaamheden plaatsvond, maar dat de werkgever wel aansprakelijk kan zijn op grond van art. 7:611 BW Pro wegens schending van de zorg- en preventieplicht. De werkgever had onvoldoende beschermingsmiddelen verstrekt en geen instructie gegeven, terwijl het rolschaatsen op een gladde marmeren vloer een aanzienlijk risico inhield. De vordering wordt daarom toegewezen.
Uitkomst: De werkgever is aansprakelijk voor de letselschade van de werknemer op grond van art. 7:611 BW wegens schending van de zorgplicht tijdens een werkgerelateerde activiteit buiten werktijd.