ECLI:NL:HR:2009:BH3189
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling meerwerk en innerlijke tegenstrijdigheid in aannemingsovereenkomst
In deze zaak staat de vraag centraal of de door verweerster aan eiseres in rekening gebrachte bedragen als meerwerk in de zin van art. 10 lid 1 van Pro de Metaalunievoorwaarden kunnen worden aangemerkt. Eiseres vorderde betaling van een bedrag wegens meerwerk, buitengerechtelijke incassokosten en rente, welke vordering door verweerster werd bestreden.
De rechtbank stelde eiseres in het gelijk, maar het hof vernietigde dit vonnis deels en bepaalde een lager bedrag dat eiseres aan verweerster moest betalen. Tijdens het hoger beroep werd een deskundigenonderzoek ingesteld om te beoordelen of het meerwerk betrekking had op herstel van fouten in tekenwerk en bouwdelen. De deskundige stelde vast dat het niet mogelijk was om uit de stukken te achterhalen welke wijzigingen fouten van verweerster betroffen, mede doordat eiseres niet concreet had aangegeven welke facturen of werkzaamheden fouten betroffen.
Het hof oordeelde dat eiseres haar verweer onvoldoende had onderbouwd en ging aan dat verweer voorbij. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de passage in het tussenarrest die leek te suggereren dat eiseres aanvankelijk wel voldoende had gemotiveerd, moet worden gelezen als een kennelijke verschrijving. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.