ECLI:NL:HR:2009:BH3915

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13579
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur en bewijslevering partijgetuige in verbintenissenrecht

Eiseres vorderde betaling van een bedrag van €158.605,16, subsidiair €90.000,--, vermeerderd met rente en kosten, van verweerder wegens een openstaande factuur. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €90.000,-- met rente, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vordering van eiseres af.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de proceskosten aan de zijde van verweerder werden vastgesteld op €2.771,34 aan verschotten en €2.200,-- aan salaris. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de vordering van eiseres definitief afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling wordt afgewezen.

Uitspraak

8 mei 2009
Eerste Kamer
07/13579
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 1 juli 2003 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen tot betaling van primair een bedrag van € 158.605,16 en subsidiair een bedrag van € 90.000,--, met rente en kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast en een mondeling vonnis te hebben gewezen, bij eindvonnis van 23 maart 2005 [verweerder] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 90.000,--, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank heeft voorts [verweerder] veroordeeld in de beslagkosten en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 28 augustus 2007 heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiseres] alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 maart 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 mei 2009.