ECLI:NL:HR:2009:BH4340
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening geurproefzaak met vrijspraak voor drie bewezenverklaarde feiten
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Zutphen uit 2004, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meerdere diefstallen, medeplegen van opzetheling en deelname aan een criminele organisatie. De aanvraag is gebaseerd op het vermoeden dat geuridentificatieproeven, uitgevoerd door speurhondengeleiders in de periode 1997-2006, onjuist zijn uitgevoerd.
De Hoge Raad overweegt dat geuridentificatieproeven in die periode niet betrouwbaar zijn vanwege protocolafwijkingen waarbij de hondengeleider op de hoogte was van de sorteervolgorde. Dit leidt tot een ernstig vermoeden dat de rechter zonder deze proeven tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
Voor drie bewezenverklaarde feiten (feit 5: diefstal met braak, feit 7: medeplegen opzetheling, feit 8: deelname aan een criminele organisatie) acht de Hoge Raad het aannemelijk dat zonder de geurproeven de aanvrager vrijgesproken zou zijn. Voor andere feiten is dit niet het geval. Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag gegrond voor die drie feiten en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling. De aanvraag wordt voor de overige feiten afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor drie feiten en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.