ECLI:NL:HR:2009:BH4344
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening geurproefzaak wegens onbetrouwbaarheid geuridentificatieproeven
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Zutphen uit 2004, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder diefstal, medeplegen van opzetheling en deelname aan een criminele organisatie. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op het feit dat geuridentificatieproeven, uitgevoerd door speurhondengeleiders in de periode 1997-2006, mogelijk onjuist zijn uitgevoerd.
De Hoge Raad overweegt dat geuridentificatieproeven in die periode vaak in strijd met het protocol zijn verricht, waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten ernstig in twijfel wordt getrokken. Voor de feiten waarbij geurproeven zijn gebruikt als bewijs (diefstal, medeplegen van opzetheling en deelname aan een organisatie) bestaat een ernstig vermoeden dat zonder deze geurproeven de aanvrager vrijgesproken zou zijn.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor deze feiten en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling. Voor het overige wordt de aanvraag afgewezen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 3 maart 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor drie feiten en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbeoordeling.