ECLI:NL:PHR:2009:BH4344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening geurproefzaak wegens ondeugdelijke geuridentificatieproeven in strafzaak ramkraken
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeling door de Rechtbank Zutphen in een strafzaak over ramkraken en medeplegen van opzetheling. De herziening is gebaseerd op het feit dat geuridentificatieproeven, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006, niet volgens het voorschrift zijn uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten niet kan worden gegarandeerd.
De Hoge Raad stelt vast dat in de periode waarin de geurproeven zijn uitgevoerd, de hondengeleiders de volgorde van de geurdragers kenden, wat strijdig is met het voorschrift. Dit leidt ertoe dat de resultaten van deze geurproeven niet als voldoende betrouwbaar bewijs kunnen gelden. In de strafzaak tegen de aanvrager zijn geurproeven gebruikt als bewijs voor onder andere een inbraak en medeplegen van opzetheling.
De Hoge Raad oordeelt dat het wegvallen van de geurproefresultaten het ernstige vermoeden oproept dat de rechtbank, indien zij op de hoogte was geweest van de ondeugdelijkheid van de geurproeven, de aanvrager voor deze feiten zou hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor de feiten 1, 7 subsidiair en 8 en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling. Voor feit 6 wordt de aanvraag afgewezen omdat geen geurproef is vastgesteld.
De zaak illustreert de strikte eisen aan bewijsvoering en de gevolgen van onregelmatigheden in forensisch onderzoek voor strafrechtelijke veroordelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor enkele feiten en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.