ECLI:NL:HR:2009:BH7291
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze cassatiezaak tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte behandeld. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd en werd bij het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden.
De raadsman van de verdachte stelde een middel van cassatie voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot zeventien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, met een waarnemend griffier aanwezig.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van achttien naar zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.