ECLI:NL:HR:2009:BI0252
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek geurproeven bij bankovervallen wegens onvoldoende nieuw bewijs
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 1996, waarin de aanvrager is veroordeeld voor betrokkenheid bij gewapende overvallen op bankfilialen in 1993 en 1994. De veroordeling steunt mede op geuridentificatieproeven uit 1995, uitgevoerd door speurhonden.
De verdediging stelde dat deze geurproeven onrechtmatig waren omdat ze niet blind waren uitgevoerd, een vereiste volgens het toen geldende keuringsreglement. Het hof verwierp dit verweer na uitgebreid onderzoek en getuigenverhoren, waarbij werd vastgesteld dat eventuele fouten de betrouwbaarheid niet aantasten.
In het herzieningsverzoek wordt aangevoerd dat latere onderzoeken van de Rijksrecherche (1997-2006) aantonen dat geurproeven vaak niet blind werden uitgevoerd, en dat dit ook voor de proeven in 1995 geldt. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze latere bevindingen niet automatisch impliceren dat de oudere proeven onbetrouwbaar waren. Er is geen nieuw, feitelijk bewijs dat de proeven in 1995 niet blind zijn uitgevoerd.
De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en ziet geen aanleiding tot nader onderzoek. De aanvrager had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid als deze informatie destijds bekend was geweest.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens gebrek aan een ernstig vermoeden dat de geurproeven onrechtmatig zijn uitgevoerd.