ECLI:NL:HR:2009:BI1127
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen successierecht wegens waardering onderbedelingsvorderingen woning
Belanghebbenden, erfgenamen van A die in 2003 overleed, kregen aanslagen in het recht van successie opgelegd die zij betwistten. De Rechtbank Arnhem en het Hof Arnhem bevestigden de aanslagen, gebaseerd op een minnelijke waardebepaling van de woning uit 1998 ter waarde van f 1.350.000.
De erfgenamen hadden echter in 1999 de woning verkocht voor f 2.156.000 en deze hogere waarde gehanteerd bij de vaststelling van onderbedelingsvorderingen binnen de ouderlijke boedelverdeling. De Inspecteur hield bij de aanslag vast aan de lagere waarde uit 1998.
De Hoge Raad oordeelt dat de minnelijke waardebepaling slechts gold voor de heffing van het recht van successie bij het overlijden van B in 1998 en niet voor de onderlinge verhouding tussen erfgenamen bij de vaststelling van de overbedelingsschuld. De hogere werkelijke waarde van de woning moet worden gehanteerd bij de berekening van het successierecht bij het overlijden van A.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de eerdere uitspraken en vermindert de aanslagen, en veroordeelt de Staat en Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en vermindert aanslagen successierecht door toepassing hogere werkelijke waarde woning.