ECLI:NL:GHARN:2007:BB1493
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bindende minnelijke taxatie voor waardering overbedelingsvorderingen in successierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van overbedelingsvorderingen in het kader van het successierecht centraal. Na het overlijden van mevrouw A, de erflaatster, ontstond discussie over de waarde van een woning die onderdeel was van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot. Belanghebbenden waren het oneens over de waarde die voor de bepaling van hun vorderingen moest worden gehanteerd.
De belanghebbenden beriepen zich op een hogere verkoopwaarde van de woning na de minnelijke taxatie, terwijl de Inspecteur vasthield aan de minnelijke taxatie die was overeengekomen met de Belastingdienst. Het Hof overwoog dat de vaststellingsovereenkomst tussen partijen, die de minnelijke taxatie als bindend vastlegde, ook in redelijkheid geldt voor de waardering in de nalatenschap van erflaatster.
Het Hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst de onzekerheid over de waarde moest wegnemen en dat de civielrechtelijke verhouding tussen de erfgenamen niet leidde tot een andere waardering voor het successierecht. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbenden gebonden zijn aan de minnelijke taxatie van de woning en verklaart het hoger beroep ongegrond.