ECLI:NL:HR:2009:BI1130

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens onrechtmatige overheidsdaad gemeente bij bestemmingsplanwijziging

Eiser heeft de gemeente gedagvaard en vorderde een schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad, omdat de gemeente onjuiste informatie had verstrekt over de mogelijkheid tot wijziging van het bestemmingsplan. De rechtbank Zutphen wees de vorderingen af en het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit oordeel bij arrest. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vorderingen tegen de gemeente worden afgewezen.

Uitspraak

12 juni 2009
Eerste Kamer
07/12948
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat:aanvankelijk mr. F. Damsteegt, thans mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
De GEMEENTE VOORST,
zetelend te Twello,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 2 december 2003 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Zutphen en gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te veroordelen om aan [eiser] te betalen primair een bedrag van € 152.488,14 en subsidiair een bedrag van € 113.888,76 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 16 maart 2005 de vorderingen afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 17 juli 2007 heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 3.806,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.