ECLI:NL:HR:2009:BI2153
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak werd het cassatieberoep van de verdachte behandeld door de Hoge Raad. Het beroep richtte zich tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien maanden naar dertien maanden.
De Hoge Raad vernietigde derhalve uitsluitend het onderdeel van de bestreden uitspraak betreffende de strafoplegging en wees het beroep voor het overige af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 30 juni 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf van veertien maanden is verminderd tot dertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.