ECLI:NL:PHR:2011:BP0092
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inzet bijzondere opsporingsbevoegdheden bij georganiseerde stroperij
In deze zaak stond de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden centraal bij de bestrijding van georganiseerde stroperij van beschermde diersoorten onder de Flora- en faunawet. Het hof had de verdachte veroordeeld wegens medeplegen van overtredingen van de artikelen 9 en 13 van deze wet en deelname aan een criminele organisatie, waarbij de strafrechtelijke inzet van dwangmiddelen werd gerechtvaardigd door het oordeel dat sprake was van een ernstige inbreuk op de rechtsorde.
De verdediging voerde aan dat stroperij geen misdrijf is dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door onterechte inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat de georganiseerde stroperij, mede door de omvang, de milieu-impact en de wijze van uitvoering, een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormt.
Het hof baseerde zijn oordeel op gedetailleerde feiten, waaronder nachtelijke strooppartijen met lange honden, gebruik van geprepareerde voertuigen, en de georganiseerde aard van de activiteiten. De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van de ernst van het misdrijf mede moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden en dat milieudelicten zoals stroperij, afhankelijk van omvang en impact, ernstige inbreuken kunnen opleveren.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt en dat de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheden rechtmatig was. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest. De Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de opsporingsbevoegdheden en de veroordeling van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden en verwerpt het cassatieberoep.