ECLI:NL:HR:2009:BI2289
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen tabletten ondanks vrijspraak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de onttrekking aan het verkeer van negen flacons met tabletten terecht was bevolen door het hof, ondanks dat verdachte voor het primaire en subsidiaire feit was vrijgesproken. Het hof had vastgesteld dat een strafbaar feit was begaan ten aanzien van de tabletten, niet noodzakelijkerwijs door verdachte zelf, en had daarom de onttrekking bevolen.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het strafbare feit door hem was begaan en dat artikel 36b, eerste lid onder 3°, Sr alleen toepassing vindt indien het strafbare feit door verdachte zelf is gepleegd. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de onttrekking aan het verkeer ook kan worden bevolen wanneer het strafbare feit door een ander is gepleegd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen tabletten was gerechtvaardigd, ook al was verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Het beroep van verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het bevel tot onttrekking aan het verkeer van de tabletten.