ECLI:NL:HR:2009:BI2974
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens verschoonbare termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting 1999 opgelegd met dagtekening 23 februari 2001. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Het Hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid omdat het bezwaarschrift op 29 augustus 2001 buiten de termijn was ingediend.
Echter, belanghebbende was pas op 21 juni 2001 via een aanmaning op de hoogte van de aanslag. Op 22 juni 2001 gaf de Inspecteur telefonisch en schriftelijk onjuiste informatie dat bezwaar niet meer mogelijk was en dat alleen een verzoek tot ambtelijke herziening kon worden ingediend. Tevens verleende de Inspecteur uitstel van betaling tot 1 augustus 2001 en later tot 1 september 2001.
De Hoge Raad oordeelt dat de mededeling van de Inspecteur onjuist was en dat belanghebbende daardoor niet in verzuim was toen zij op 29 augustus 2001 alsnog bezwaar indiende. De termijnoverschrijding is verschoonbaar op grond van artikel 6:11 Awb Pro. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.
De Hoge Raad ziet af van terugwijzing naar de Inspecteur omdat de inhoudelijke kant van de zaak al in bezwaar en beroep is behandeld. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug vanwege verschoonbare termijnoverschrijding.