ECLI:NL:HR:2009:BI3455
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter tot verlenen machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Rotterdam een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis gevraagd voor betrokkene. Tijdens de zitting verklaarde betrokkene dat zij inmiddels thuis verbleef, waarna de rechtbank de behandeling pro forma aanhield om de officier van justitie de mogelijkheid te geven een ander verzoek in te dienen.
De rechtbank verleende vervolgens een voorwaardelijke machtiging tot verblijf, hoewel de officier van justitie dit niet had verzocht. Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd is om ambtshalve een andere machtiging te verlenen dan die door de officier van justitie is gevraagd, zoals bepaald in artikel 8a van de Wet Bopz. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.