ECLI:NL:HR:2009:BI3747
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurdersaansprakelijkheid voor niet-betaalde loonheffing en omzetbelasting
Belanghebbende is op grond van artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990 aansprakelijk gesteld voor de niet-betaalde loonheffing en omzetbelasting van A B.V. over verschillende tijdvakken tussen 2001 en 2003. Na bezwaar heeft de ontvanger de beschikking gehandhaafd, maar het Hof heeft het beroep van belanghebbende gedeeltelijk gegrond verklaard en de aansprakelijkstelling verminderd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met omstandigheden die tot matiging van zijn aansprakelijkheid hadden moeten leiden. De Hoge Raad oordeelt echter dat artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 geen mogelijkheid biedt tot matiging van de aansprakelijkheid van de bestuurder.
Het wettelijke vermoeden dat de niet-betaling van de belastingschuld aan de bestuurder is toe te rekenen, kan alleen worden weerlegd door aannemelijk te maken dat het niet aan hem te wijten is dat het lichaam niet aan zijn meldingsplicht heeft voldaan. Belanghebbende heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die dit vermoeden weerleggen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van belanghebbende. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder.