ECLI:NL:HR:2009:BI4747
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groosen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestiging bewezenverklaring witwassen
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake witwassen. De bewezenverklaring hield in dat verdachte samen met een mededader aanzienlijke geldbedragen had verworven, voorhanden gehad en overgedragen, wetende dat deze afkomstig waren uit misdrijf.
De verdediging klaagde onder meer over de motivering van de bewezenverklaring en de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad constateerde dat het hof in de zaak van de mededader wel bewijsoverwegingen had opgenomen die in het onderhavige eindarrest ontbraken door een misslag. Deze bewijsoverwegingen zijn echter aan het arrest gehecht en maken integraal deel uit van de uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd is en faalde de klacht daarom. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren naar drie jaren en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaren en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; de bewezenverklaring wordt bevestigd.