ECLI:NL:PHR:2010:BN8046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij illegale gokactiviteiten
Het gerechtshof Arnhem heeft vastgesteld dat verzoekster een wederrechtelijk verkregen voordeel van €19.161,48 heeft behaald uit medeplegen van overtreding van de Wet op de kansspelen. Dit bedrag is gebaseerd op een analyse van de boeken van verzoekster en aanvullende rapportages, waaruit blijkt dat niet alle opbrengsten van illegale gokactiviteiten in de administratie zijn terug te vinden.
Verzoekster heeft drie middelen van cassatie ingediend. Het eerste middel, gericht op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, werd verworpen omdat het enkele feit dat tegen anderen geen ontnemingsvordering is ingesteld, geen schending oplevert. Het tweede middel betrof de vaststelling van het voordeel, waarbij het hof terecht heeft geoordeeld dat het voordeel gebaseerd is op de daadwerkelijke opbrengsten die in de boeken zijn verantwoord.
Het derde middel erkent de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad constateert dat de stukken pas na acht maanden zijn ingediend en dat de redelijke termijn van meer dan twee jaar is overschreden. Deze overschrijding kan worden gecompenseerd in de hoofdzaak die opnieuw moet worden behandeld. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt het ontnemingsbedrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontnemingsbedrag van €19.161,48 wordt bevestigd.