ECLI:NL:HR:2009:BI5905

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02906
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:119 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vrijheid van feitenrechter bij proceskostenveroordeling

Hommerson Arcardes B.V. vorderde bij de rechtbank Utrecht betaling van een bedrag van €47.387,41 van eisers, die deze vordering betwistten. De rechtbank veroordeelde eisers hoofdelijk tot betaling van €10.000,- met rente en wees het overige af. In hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam werd het vonnis van de rechtbank vernietigd, behoudens de proceskostenveroordeling. Het hof veroordeelde eisers tot betaling van €10.266,30 met wettelijke rente en veroordeelde hen tevens in de kosten van het hoger beroep.

Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest bevestigt de vrijheid van de feitenrechter bij het opleggen van proceskostenveroordelingen en handhaaft het oordeel van het hof. Eisers werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl Hommerson in cassatie verstek kreeg verleend.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de proceskostenveroordeling van het hof.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
08/02906
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
HOMMERSON ARCADES B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Hommerson.
1. Het geding in feitelijke instanties
Hommerson heeft bij exploot van 2 november 2004 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. te veroordelen om aan Hommerson te betalen een bedrag van € 47.387,41, met rente en kosten.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 19 juli 2006 [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan Hommerson te betalen een bedrag van € 10.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 oktober 2004 tot de dag van volledige betaling. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Hommerson heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en in hoger beroep haar eis vermeerderd.
Bij tussenarrest van 9 januari 2007 heeft het hof een comparitie van partijen gelast, welke comparitie op 7 mei 2007 heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft het hof bij eindarrest van 29 april 2008 het eindvonnis van de rechtbank vernietigd, behoudens voor zover het de veroordeling in de proceskosten betreft. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan Hommerson een bedrag van € 10.266,30, te betalen, met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2004. Het hof heeft voorts [eiser] c.s. in de kosten van het hoger beroep veroordeeld, de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Hommerson is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hommerson begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.