ECLI:NL:HR:2009:BI5908

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03574
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en overgangsrecht Faillissementswet

Verzoekers hebben bij de rechtbank Almelo verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling met gelijktijdige opheffing van hun faillissementen. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af. Verzoekers gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis bevestigde. Vervolgens stelden zij beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de onmiddellijke werking van artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet.

Het arrest van de Hoge Raad heeft het eerdere vonnis en arrest bekrachtigd, waarmee het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en opheffing van de faillissementen definitief is afgewezen. Dit arrest is gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2009.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

26 juni 2009
Eerste Kamer
08/03574
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoekster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Almelo ingediend verzoekschrift hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hen de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken onder gelijktijdige opheffing van de ten aanzien van hen uitgesproken faillissementen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 1 april 2008 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 11 augustus 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 juni 2009.