ECLI:NL:HR:2009:BI7213
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling renteaftrek geldlening na staking onderneming en overgang naar privévermogen
Belanghebbende begon in maart 1995 een eenmanszaak voor het produceren van geïllustreerd drukwerk en advertentieverkoop. Vanwege slechte resultaten staakte hij medio 1998 zijn onderneming, waarbij de activa overgingen naar zijn privévermogen. Hij sloot een akkoord met zakelijke crediteuren en betaalde een deel van de schulden af. Op 30 september 1998 nam hij een hypothecaire geldlening van ƒ450.000 bij de SNS-bank, waarvan een deel werd gebruikt voor aflossing van zakelijke schulden.
In zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 gaf belanghebbende een bedrag van € 5383 aan rente als verlies uit onderneming op, omdat hij meende dat de lening deels voor de onderneming was aangegaan. De Inspecteur weigerde deze aftrek. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep ongegrond en oordeelden dat het deel van de lening dat is gebruikt voor zakelijke schulden bij staking naar het privévermogen is overgegaan.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat er geen onzekerheid bestond over de afwikkeling van de zakelijke schulden ten tijde van staking. De rente over dat deel van de lening kan daarom niet als ondernemingsverlies worden aangemerkt. De overige klachten worden ongegrond verklaard en de Hoge Raad wijst het beroep in cassatie af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de rente over het deel van de geldlening dat is gebruikt voor zakelijke schulden niet aftrekbaar is als verlies uit onderneming.