ECLI:NL:PHR:2009:BI7213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgang van geldlening na staking onderneming naar privévermogen en fiscale gevolgen
Belanghebbende startte in 1995 een onderneming die medio 1998 werd gestaakt vanwege slechte resultaten. Bij de staking werden activa overgeheveld naar het privévermogen. Belanghebbende sloot een geldlening af om zakelijke schulden af te lossen en crediteuren te betalen. Hij bracht rente over een deel van deze lening in aftrek als kosten van de onderneming.
De Inspecteur wees deze aftrek af, stellende dat de lening tot het privévermogen behoort. Rechtbank en Hof verklaarden het beroep ongegrond, waarbij het Hof oordeelde dat het deel van de lening dat werd gebruikt voor aflossing van zakelijke schulden niet als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt, omdat geen onzekerheid bestond over de afwikkeling ervan bij staking.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en onderstreept dat bij staking van een onderneming vermogensbestanddelen die niet aan derden worden overgedragen, overgaan naar het privévermogen tenzij er onzekerheden uit de ondernemingssfeer zijn omtrent afwikkeling. De lening diende privébelangen en de rente was niet aftrekbaar als ondernemingskosten. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de rente over het deel van de geldlening is niet aftrekbaar als ondernemingskosten.