ECLI:NL:HR:2009:BI9795
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering fiscale partnerstatus bij briefadres in basisadministratie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar de Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur. Het Hof bevestigde echter de uitspraak van de Rechtbank. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende als fiscale partner van B kon worden aangemerkt. Volgens artikel 1.2, lid 1, letter b, Wet IB 2001 is dit alleen mogelijk indien beiden gedurende meer dan zes maanden onafgebroken op hetzelfde woonadres in de basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven. Belanghebbende stond echter slechts met een briefadres geregistreerd, niet met een woonadres.
De Hoge Raad ging veronderstellenderwijs uit van de juistheid van belanghebbendes stelling dat zij daadwerkelijk op het adres woonde en een gezamenlijke huishouding voerde. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van inschrijving op hetzelfde woonadres in de basisadministratie het vereiste criterium is voor fiscale partnerstatus. Hierdoor kon belanghebbende geen aanspraak maken op de algemene heffingskorting. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees ook een middel af dat betrekking had op het verzoek tot uitstel van de zitting voor nader bewijs, omdat dit niet tot andere conclusies zou leiden. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken op 26 juni 2009 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen fiscale partner is vanwege het ontbreken van inschrijving op hetzelfde woonadres.