ECLI:NL:HR:2009:BJ5120
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassing artikel 33 CDW bij leveringsconditie Delivered Duty Paid en douanerechten
Belanghebbende, een douane-expediteur, heeft in de jaren 1998-2000 invoeraangiften gedaan voor visproducten met facturen waarin leveringsconditie 'Delivered Duty Paid' (DDP) was vermeld. De goederen werden vrijgegeven met toepassing van een preferentieel nultarief op basis van oorsprong uit de EER. Later concludeerde de Inspecteur dat de oorsprong onjuist was en legde achteraf douanerechten op.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat niet voldoende was aangetoond dat de transactieprijs douanerechten bevatte ondanks de DDP-clausule. De Hoge Raad onderzoekt of bij een boeking achteraf de voorwaarde van artikel 33 CDW Pro is vervuld dat douanerechten onderscheiden zijn van de transactieprijs, ook als partijen onterecht dachten dat geen douanerechten verschuldigd waren.
De Hoge Raad verwijst naar advies van het Technisch Comité Douanewaarde van de WDO en het Comité Douanewetboek, die stellen dat douanerechten niet deel uitmaken van de douanewaarde indien zij duidelijk onderscheiden zijn, ook als niet afzonderlijk op de factuur vermeld. De Hoge Raad concludeert dat de vraag van uitlegging van het gemeenschapsrecht niet eenduidig is en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing. Het geding wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 33 CDW bij leveringsconditie DDP en boekingen achteraf.