ECLI:NL:HR:2009:BJ5123

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00006
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.B. Bavinck
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 lid 1 aanhef en letter a WBRArt. 37 lid 2 aanhef en letter c WBR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van kapitaalsbelasting naheffingsaanslag en boete bij reorganisatievrijstelling

Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting en een boete. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof werd de naheffingsaanslag gehandhaafd, maar de boete vernietigd door het hof. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Het hof oordeelde dat de vorderingen die belanghebbende inbracht niet als bedrijfsmiddel konden worden aangemerkt en daarom niet onder de reorganisatievrijstelling van artikel 37 WBR Pro vielen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat dit oordeel geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie getoetst kunnen worden.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af. Hiermee bleef de naheffingsaanslag gehandhaafd en werd de boete vernietigd zoals door het hof bepaald.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd, de boete is vernietigd.

Uitspraak

nr. 08/00006
14 augustus 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 december 2007, nr. 06/00110, betreffende een naheffingsaanslag in de kapitaalsbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de kapitaalsbelasting opgelegd, alsmede een boete.
Belanghebbende is tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het door hem tegen deze aanslag en boete gemaakte bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/1163).
Nadien heeft de Inspecteur alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar, bij welke uitspraak de aanslag is gehandhaafd en de boete verminderd.
De Rechtbank heeft het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaarschrift gegrond verklaard, de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boete verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd voor zover deze de boete betreft, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd voor zover deze de boete betreft en de boetebeschikking vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het Hof heeft geoordeeld dat de vorderingen die zijn ingebracht in belanghebbende niet zijn aan te merken als bedrijfsmiddel, en derhalve niet vallen onder de vrijstelling van artikel 37, lid 1, aanhef en letter a, in verbinding met lid 2, aanhef en letter c, Wet op belastingen van rechtsverkeer (tekst 2004).
Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het middel, dat dit oordeel bestrijdt, faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2009.