ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6536
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens belastbaarheid valutawinst bij vervreemding vordering
Belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij, verkocht haar aandelen en vordering op haar dochtermaatschappij aan een andere vennootschap binnen het concern en behaalde daarbij een valutawinst. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarin deze valutawinst werd belast. De rechtbank had de navorderingsaanslag verminderd, maar het Hof bevestigt de aanslag.
Het geschil betreft of de gerealiseerde valutawinst bij de vervreemding van de vordering op de dochtermaatschappij belastbaar is dan wel met toepassing van de ruilgedachte mag worden afgeboekt op de verkregen vordering op de moedermaatschappij. Belanghebbende stelde dat de vorderingen economisch dezelfde plaats innemen en dat de ruilgedachte toepassing verdient.
Het Hof oordeelt dat de vorderingen niet als bedrijfsmiddel kunnen worden aangemerkt en dat belanghebbende onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat de vorderingen economisch dezelfde plaats innemen. Ook is vastgesteld dat de inspecteur beschikte over het vereiste nieuwe feit voor navordering. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat de valutawinst belast is en niet mag worden afgeboekt op de verkregen vordering.