ECLI:NL:HR:2009:BJ6398
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij poging tot diefstal
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2003, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot diefstal door braak bij een bouwmarkt in Steenwijk. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op nieuwe informatie dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006, mogelijk onjuist is uitgevoerd omdat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurbuisjes.
De Hoge Raad overweegt dat geuridentificatieproeven uit die periode in principe als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen. De aanvrager stelt dat zonder het resultaat van deze geurproef hij niet veroordeeld zou zijn. De Hoge Raad analyseert het beschikbare bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van getuigen, politieprocessen-verbaal en andere bewijzen die het hof heeft gebruikt.
De Hoge Raad concludeert dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef het bewijs voldoende is om de betrokkenheid van de aanvrager bij de poging tot diefstal aan te tonen. Daarom is er geen ernstig vermoeden dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn. Het verzoek tot herziening wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat ook zonder de geuridentificatieproef voldoende bewijs bestond voor de bewezenverklaring.