ECLI:NL:HR:2009:BJ7320
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht bank bij effectentransacties en koersverliezen belegger
De zaak betreft een geschil tussen een gepensioneerd bankdirecteur, die sinds 1978 belegt via Staalbankiers, en deze bank over de vraag of de bank haar zorgplicht heeft geschonden bij het uitvoeren van effectentransacties ondanks margin- en dekkingstekorten.
De belegger vorderde schadevergoeding wegens geleden verliezen op verschillende aandelen, terwijl de bank stelde dat zij aan haar zorgplicht had voldaan. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vorderingen af. Het hof stelde dat de normen in art. 28 leden Pro 2-4 van de Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 bedoeld zijn ter bescherming tegen te grote financiële risico's, niet tegen elk koersverlies.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de belegger per saldo een positief resultaat had behaald en dat de bank haar verplichtingen had nageleefd, waaronder het waarschuwen bij dekkingstekorten en het zich onthouden van nieuwe transacties in die perioden.
Het incidentele cassatieberoep van de bank werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld. De Hoge Raad wees het principale cassatieberoep af en veroordeelde de belegger in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de bank niet aansprakelijk is voor de koersverliezen binnen de beleggingsruimte.