ECLI:NL:GHAMS:2020:1118

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
20 april 2020
Zaaknummer
23-004368-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 279 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens gebreken volmacht

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 januari 2020 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep. Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep werd ingesteld door de raadsman van verdachte, maar tijdens het onderzoek ter terechtzitting bleek dat de schriftelijke volmacht aan de griffiemedewerker niet voldeed aan de vereisten van artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De volmacht ontbrak onder meer de mededeling dat verdachte instemt met het ontvangen van de oproeping door de griffiemedewerker en er was geen onverkort adres opgegeven voor toezending van de appeldagvaarding. Verdachte zelf noch een gemachtigde raadsman was aanwezig bij de terechtzitting. Hierdoor oordeelde het hof dat verdachte niet ontvankelijk was in het hoger beroep.

De beslissing is genomen met het oog op de aanscherping van de wettelijke regels omtrent het instellen van hoger beroep en de noodzaak om problemen met betekening van appeldagvaardingen te voorkomen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 januari 2020.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebreken aan de schriftelijke volmacht.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004368-18
datum uitspraak: 17 januari 2020
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-211506-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 januari 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot de veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 150 uur subsidiair 75 dagen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken met een proeftijd van 2 jaar.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat er gebreken kleven aan de schriftelijke volmacht van de raadsman aan de griffiemedewerker tot het instellen van hoger beroep. Aan die volmacht worden bepaalde eisen gesteld – artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) – tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep teneinde problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen. Aan de aan een dergelijke volmacht te stellen eisen wordt in de onderhavige zaak niet voldaan. Zo ontbreekt de mededeling dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep en blijkt ook niet onverkort van een adres dat namens de verdachte is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (artikel 450, derde lid, Sv). Nu de verdachte noch een op de voet van artikel 279 Sv Pro gemachtigd raadsman ter terechtzitting is verschenen, komt het hof dientengevolge tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. [1]

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.D.L. Nuis en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 januari 2020.
Mr. P.C. Verloop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]

Voetnoten

1.HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2411; HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810,