ECLI:NL:GHAMS:2020:1118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens gebreken volmacht
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 januari 2020 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep. Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Het hoger beroep werd ingesteld door de raadsman van verdachte, maar tijdens het onderzoek ter terechtzitting bleek dat de schriftelijke volmacht aan de griffiemedewerker niet voldeed aan de vereisten van artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De volmacht ontbrak onder meer de mededeling dat verdachte instemt met het ontvangen van de oproeping door de griffiemedewerker en er was geen onverkort adres opgegeven voor toezending van de appeldagvaarding. Verdachte zelf noch een gemachtigde raadsman was aanwezig bij de terechtzitting. Hierdoor oordeelde het hof dat verdachte niet ontvankelijk was in het hoger beroep.
De beslissing is genomen met het oog op de aanscherping van de wettelijke regels omtrent het instellen van hoger beroep en de noodzaak om problemen met betekening van appeldagvaardingen te voorkomen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 januari 2020.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebreken aan de schriftelijke volmacht.