ECLI:NL:HR:2009:BJ8154
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek mishandeling wegens onvoldoende bewijs valse aangifte
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Dordrecht, waarbij de aanvrager was veroordeeld wegens mishandeling van zijn echtgenote op 10 juli 2006. De aanvrager stelde dat het vonnis herzien moest worden omdat het slachtoffer later verklaarde dat zij destijds een valse aangifte had gedaan.
De Hoge Raad onderzocht de aangevoerde nieuwe omstandigheden, waaronder de latere verklaring van het slachtoffer dat zij psychisch in de war was en de aangifte niet klopte. De rechtbank had echter bij het oorspronkelijke onderzoek ook andere bewijsmiddelen, zoals verklaringen van getuigen en medische rapporten, die de mishandeling bevestigden.
De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe verklaring onvoldoende overtuigend was om het eerdere bewijs te weerleggen en dat de aanvrager niet aannemelijk had gemaakt dat de getuigen op hun belastende verklaringen zouden terugkomen. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de oorspronkelijke veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete, en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de veroordeling wegens mishandeling wordt afgewezen en het oorspronkelijke vonnis blijft in stand.