ECLI:NL:HR:2009:BJ9112
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens schending procesrecht bij horen getuige buiten aanwezigheid belanghebbende
Aan belanghebbende zijn voor het jaar 1999 aanslagen en boetes opgelegd wegens onjuiste aangifte met opzet. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond, maar de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam. Dit Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de boetes.
Tijdens de behandeling werden belanghebbende en zijn broer als getuigen in elkaars zaken gehoord, buiten elkaars aanwezigheid, met hun gezamenlijke gemachtigde aanwezig. Het Hof achtte het toegestaan om de verklaringen als getuigenverklaring in de zaak van de ander en als belanghebbendeverklaring in de eigen zaak te beschouwen. Belanghebbende stemde in met deze procedure.
De Hoge Raad oordeelt dat het horen van een getuige buiten aanwezigheid van de belanghebbende alleen is toegestaan indien de belanghebbende wordt vertegenwoordigd door een gemachtigde die aanwezig is en vragen kan stellen, en de belanghebbende na afloop wordt geïnformeerd en in de gelegenheid wordt gesteld te reageren. Dit is hier niet gebeurd, waardoor het procesrecht is geschonden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.