Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Het verwijzingsarrest en de procedure na verwijzing bij het Hof
Wat mij betreft mogen ze die tipgever morgen afknallen’. Dit deed me veel. Ook zijn er tal van voorbeelden van tipgevers bekend die zijn gedwongen om een andere identiteit aan te nemen. En tipgevers/klokkenluiders die zijn bedreigd. Ook in mijn geval is die angst reëel. Het Excelsheet dat ik heb overhandigd bevat meer dan honderd bankrekeningnummers van personen waarvan ik het vermoeden heb dat er personen tussen zitten die betrokken zijn geweest of deel uitmaakten van de onderwereld. Ik heb daarvoor ook concrete aanwijzingen. De oud-collega waarvan ik vermoed dat hij het spreadsheet heeft opgemaakt, was iemand met een groot netwerk uit Brabant en er werd van hem gezegd dat hij contact had met personen die mogelijk crimineel zouden zijn. Ik herkende bovendien ook namen op de Excellijst.
V-N2018/12.3) is niet onverdeeld instemmend over ’s Hofs uitspraak, vooral niet over de wijze van toepassen van het ‘zozeer indruist’-criterium:
TFB2010/2, p. 2). Er lijkt in zoverre weinig in de weg te staan aan het gebruik van het door de tipgever verstrekte bewijs in de onderhavige belastingprocedure (zie HR 14 november 2006, nr. 02324/05,
V-N2007/2.3 en HR 21 maart 2008, nr. 43050,
BNB2008/159,
V-N2008/16.5). Toch sluit het hof het bewijs uit van gebruik. Niet uit het oog mag echter worden verloren, denken wij, dat het hof hierbij de sleutel van art. 8:31 Awb Pro heeft gehanteerd.
BNB2015/173,
V-N2015/16.6, aan, terwijl in dit arrest het fiscale gebruik van bewijsmateriaal dat door de strafrechter als onrechtmatig verkregen is aangemerkt, centraal stond. In de onderhavige casus is in tegenstelling tot de casus in genoemd arrest géén sprake van een dergelijke strafrechtelijke discontinuïteit. De toets of de verkrijging van de informatie door de Belastingdienst ‘zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat het gebruik van die gegevens ontoelaatbaar moet worden geacht’ (HR 1 juli 1992, nr. 26331,
BNB1992/306, r.o. 3.2.5), wordt vervolgens door het hof opvallend scherp en ruim aangelegd. Het hof wil, ondanks de jegens de belastingplichtige niet-onrechtmatige verkrijging van de informatie, zonder dat de Belastingdienst daarin de hand heeft gehad, precies weten welke belangenafweging bij de Belastingdienst heeft plaatsgevonden om te komen tot de onderhavige overeenkomst met de tipgever. Wij vragen ons af hoe die toetsing, in het bijzonder de uitkomst daarvan, zich verhoudt tot de voorgeschreven zeer terughoudende uitsluiting van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs, als art. 6 EVRM Pro daartoe niet dwingt (HR 20 maart 2015, nr. 13/03959,
BNB2015/173,
V-N2015/16.6, r.o. 2.5.3). Wellicht speelt het kader van art. 8:31 Awb Pro in de ogen van het hof een bepalende rol, maar de Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest ‘slechts’ geoordeeld dat het volharden door de inspecteur in zijn weigering een bepaald op de zaak betrekking hebbend stuk (ongeschoond) over te leggen, op zichzelf beschouwd onvoldoende is om de belastingaanslag(en) te vernietigen (HR 18 december 2015, nr. 15/01348,
BNB2016/39,
V-N2015/66.4, r.o. 2.3.4). De scherpte en reikwijdte van de ‘zozeer-indruist’-toetsing door het hof, welke resulteert in een bestuursrechtelijk striktere toets dan in het strafrecht, kan worden uitgelegd als een oprekking van de door de Hoge Raad voorgeschreven toetsing. Het hof had evenzeer kunnen constateren dat het bewijs bruikbaar is (zie r.o. 4.27.1) en volstaan met veroordeling van de inspecteur in de werkelijke proceskosten vanwege diens, zonder twijfel opvallende, proceshouding.
NTFR2018/614 geeft blijk van meer instemming:
NLF2018/0689 ingegaan op ’s Hofs oordeel over de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal:
3.Het geding in cassatie
BNB1992/306 en
BNB2015/173. Aan de beoordeling van de geoorloofdheid van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs, zoals voorzien in deze arresten, kon het Hof daarom in het geheel niet toekomen.
BNB1992/306 en
BNB2015/173, dan heeft het Hof, ten derde, die beoordeling onjuist althans onbegrijpelijk uitgevoerd. Met name kon het Hof niet aan het ‘zozeer indruist’-criterium toekomen. Het materiaal is namelijk niet onrechtmatig jegens belanghebbenden verkregen en het gebruik van het materiaal door de Inspecteur komt bovendien op geen enkele wijze in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. En ook overigens is niet aan het ‘zozeer indruist’-criterium voldaan, nu dat slechts het geval kan zijn ‘indien de Belastingdienst op enigerlei wijze direct of indirect betrokken is geweest bij de verduistering van de documenten door de tipgever dan wel op enige andere wijze diens gedrag heeft geïnitieerd of gefaciliteerd of wanneer bij de verkrijging van het materiaal een fundamenteel (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in zo aanzienlijke mate is geschonden dat gebruik van het materiaal moet worden uitgesloten.’ [29]
nieuwebehandeling van het hoger beroep. Het Hof kon daarom niet direct overgaan tot het ex artikel 8:31 van Pro de Awb verbinden van hem geraden voorkomende gevolgtrekkingen aan het niet voldoen aan de verplichting stukken over te leggen.
4.’s Hofs uitsluiting van het tipgevermateriaal (middel 1)
BNB1992/306 en heeft bevestigd in het arrest
BNB2015/173. [30]
BNB2015/173 uitgebreid ingegaan op uitsluiting van (het gebruik van) onrechtmatig of onbevoegd verkregen bewijsmateriaal. [33] Hij heeft daarbij ook aandacht besteed aan het strafrecht en de jurisprudentie van de andere Nederlandse hoogste bestuursrechters, alsmede aan het zijns inziens wenselijke recht wat betreft het gebruik van onregelmatig verkregen bewijs in fiscale zaken. A-G Niessen is in onderdeel 4 van de gemeenschappelijke bijlage bij zijn conclusies voor de arresten van 24 februari 2017 (hierna: de ANPR-arresten [34] ) ingegaan op (de uitsluiting van) bewijsmateriaal dat de inspecteur onbevoegd heeft verkregen. [35] Ik moge hier verwijzen naar die uitvoerige informatiebronnen.
zelfbestuursrechtelijk, of zelfs strafrechtelijk, onbevoegd bewijsmateriaal heeft vergaard. Dat kan ertoe leiden dat een inspecteur dergelijk materiaal nooit mag gebruiken voor het opleggen van een belastingaanslag. [37] Ter beoordeling van eventuele onbevoegdheid en onrechtmatige verkrijging, gelden maatstaven van eigen initiatief en rechtstreekse activiteit van de Belastingdienst.
ultra viresheeft vergaard (bestuursrechtelijk onbevoegd [38] ) dan wel of hij het heeft verkregen van de strafvorderlijke overheid, die het op zijn beurt door het begaan van vormverzuimen heeft bemachtigd (strafrechtelijk onrechtmatig). Zo heeft Feteris geannoteerd: [39]
BNB1992/306.
BNB2015/173:
jegens de belanghebbendeis voldaan, kan bewijsuitsluiting in beeld komen. Bovendien moet dan, als tweede, het gebruik van het materiaal in zeer ernstige mate in strijd komen met het zorgvuldigheidsbeginsel. Pas als aan beide vereisten voldaan is, kan in een fiscale procedure bewijsuitsluiting volgen. In het kader van die toetsing lijkt het mij van geen of zeer beperkt belang dat de tipgever het materiaal waarschijnlijk heeft verkregen op een wijze die
jegens de bankonrechtmatig is.
's Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het bewijsmateriaal door diefstal of verduistering, gepleegd door particulieren, is verkregen niet in de weg staat aan gebruik van dat bewijsmateriaal in een strafzaak, getuigt dan ook niet van een verkeerde rechtsopvatting.(…)
Windmill-arrest: [45]
Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Algemeen Deelis in relatie tot het fiscale recht over artikel 8:69a van de Awb onder meer vermeld: [53]
BNB1992/366 en HR 9 september 1992,
BNB1992/367).
Liechtensteiner Steuer-CD. Mijn indruk is dat een uitspraak van het Finanzgericht Köln de richtinggevende uitspraak is over de toelaatbaarheid van het gebruik van dergelijke informatie in een fiscale procedure. Het gebruik is toegestaan, waarbij mede bepalend lijkt te zijn geweest dat de Duitse belastingautoriteiten naar Duits recht niet strafbaar hebben gehandeld: [59]
Revisioningediend bij het Bundesfinanzhof onder nummer VIII R 23/16, maar dat lijkt niet het gebruik van het tipgevermateriaal te betreffen:
fruits of the poisonous tree. In het arrest is wel onder ‘feiten’ vermeld:
whistleblowers’) te belonen. Reeds in 1867 had de Secretary of the Treasury de bevoegdheid ‘to pay sums (…) as may in his judgment be deemed necessary for detecting and bringing to trial and punishment persons guilty of violating the internal revenue laws, or conniving at the same’.
5.Beroep bij het U.S. Tax Court
5.Geheimhouding identiteit tipgever (middel 2)
6.Anoniem horen van de tipgever en de gevolgen van niet verschijnen (middel 3)
7.Proceskostenvergoeding (middel 4)
8.De betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal (incidenteel)
9.Beoordeling van de Hofuitspraak binnen het kader van de verwijzingsopdracht
lites finiri oportet: wat al definitief beslist is blijft staan en de procedure na verwijzing is begrensd door de door de Hoge Raad aan het verwijzingshof gegeven verwijzingsopdracht. Als de uitspraak van het verwijzingshof blijk geeft van een te ruime of anderszins verkeerde opvatting van de verwijzingsopdracht, kan daarom (in tweede of zelfs derde cassatie) de uitspraak van het verwijzingshof door de Hoge Raad worden vernietigd (en zal meestal opnieuw moeten worden verwezen, naar een ander hof).