ECLI:NL:HR:2009:BJ9434

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01013
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 HerinrichtingswetArt. 52 OnteigeningswetArt. 53 OnteigeningswetArt. 120 Herinrichtingswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late verklaring bij herinrichtingslijst

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde lijst der geldelijke regelingen door de herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, met name over de hoogte van de post overbedeling. De rechtbank Assen heeft het bezwaar van eisers gegrond verklaard en de lijst gewijzigd. Tegen dit vonnis hebben eisers beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 47 Herinrichtingswet Pro, dat verwijst naar artikelen 52 en 53 Onteigeningswet. Deze voorschriften schrijven voor dat het cassatieberoep binnen twee weken na uitspraak moet worden ingesteld door een verklaring ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen.

In deze zaak is niet gebleken dat eisers deze verklaring tijdig hebben afgelegd. Eén eiser heeft geen verklaring ingediend en de andere heeft deze te laat ingediend. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelt eisers in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de vereiste verklaring.

Uitspraak

4 december 2009
Eerste Kamer
08/01013
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de procesbevoegdheid bezittende GEZAMENLIJKE RECHTHEBBENDEN IN DE HERINRICHTING OOST-GRONINGEN EN DE GRONINGS-DRENTSE VEENKOLONIËN, KANAALSTREEK BLOK A (de herinrichtingscommissie Kanaalstreek blok A),
gevestigd te Groningen,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de herinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna [betrokkene] c.s.) hebben als reclamanten bezwaar ingediend tegen de door de herinrichtingscommissie, krachtens de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (hierna: de Herinrichtingswet), vastgestelde lijst der geldelijke regelingen (hierna: de lijst) op de grond dat de post overbedeling te hoog is.
De bezwaren zijn door de herinrichtingscommissie en de rechter-commissaris behandeld. Vervolgens heeft de rechter-commissaris partijen naar de terechtzitting van de rechtbank Assen verwezen.
De rechtbank heeft het bezwaar van [betrokkene] c.s. op 9 november 2007 behandeld. Gehoord zijn [betrokkene] c.s., eiser tot cassatie onder 1, [eiser 1], en een vertegenwoordiger van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. [eiser 2], eiser tot cassatie onder 2, is niet verschenen. Bij vonnis van 19 december 2007 is het bezwaar gegrond verklaard en de lijst gewijzigd, in die zin dat in de lijst als overbedeling voor [betrokkene] c.s. een bedrag van € 8.754,-- dient te worden opgenomen en dat het restant van € 76.349,-- naar verhouding zal worden verrekend met de lijst betreffende de belanghebbenden [eiser] c.s.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De herinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot referte ten aanzien van het eerste cassatiemiddel en verwerping van het tweede cassatiemiddel.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de herinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Ingevolge art. 120 van Pro de Herinrichtingswet staat tegen de uitspraak van de rechtbank ten aanzien van de lijst der geldelijke regelingen uitsluitend het rechtsmiddel van cassatie open, en is art. 47 van Pro deze wet van toepassing. Ingevolge laatstvermelde bepaling zijn art. 52 en Pro art. 53 van Pro de Onteigeningswet van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat het cassatieberoep binnen twee weken na de uitspraak moet worden ingesteld door een verklaring ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen.
3.2 Nu niet is gebleken dat namens [eiser 1] een verklaring als hiervoor in 3.1. bedoeld is afgelegd, is niet op de in de wet voorgeschreven wijze cassatieberoep ingesteld. Hij dient daarom in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard te worden.
3.3 Namens [eiser 2] is de verklaring als hiervoor in 3.1 bedoeld afgelegd op 22 januari 2008, en mitsdien niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen, zodat hij op die grond niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] c.s. niet ontvankelijk in hun beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de herinrichtingscommissie begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.