ECLI:NL:HR:2009:BJ9438

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02537
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Rijkswet op het NederlanderschapArt. 81 ROArt. 18 lid 2 Rijkswet op het Nederlanderschap
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van art. 17 RWN afgewezen

Verzoeksters hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vaststelling van hun Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking af. Tegen deze beschikking werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de vraag of degene die verzoeksters heeft erkend ten tijde van de erkenning de Nederlandse nationaliteit bezat. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, waardoor het verzoek niet kon worden toegewezen.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het beroep verworpen en bleef de beschikking van de rechtbank in stand. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door E.J. Numann op 4 december 2009.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.

Uitspraak

4 december 2009
Eerste Kamer
08/02537
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verzoeker 2],
wonende te [woonplaats], Suriname,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. drs. R. Dhalganjansing,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 16 december 2005 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift hebben [verzoeker] c.s. zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten.
De Staat heeft bij brief van 5 december 2007 zijn standpunt met betrekking tot het verzoek kenbaar gemaakt.
Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij beschikking van 13 maart 2008 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. op de voet van art. 18 lid 2 RWN Pro beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.