ECLI:NL:HR:2009:BK1521
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet doen van vereiste aangifte inkomstenbelasting ondanks onjuiste feitenvaststelling
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en aanslagen opgelegd voor de jaren 1996 tot en met 1999. Na bezwaar en beroep bij het hof werden de aanslagen voor 1997, 1998 en 1999 verminderd, terwijl het beroep voor 1996 ongegrond bleef. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
Het hof had geoordeeld dat belanghebbende voor 1996 niet de vereiste aangifte had gedaan, mede omdat hij geen informatie over privégebruik van een auto aan zijn belastingadviseur had verstrekt. Belanghebbende stelde dat deze feitenvaststelling onbegrijpelijk was, omdat wel informatie was verstrekt. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit niet tot cassatie kon leiden, omdat de omvang van de niet-aangegeven inkomsten (minimaal f 56.050) duidelijk maakte dat de vereiste aangifte ontbrak.
De overige middelen van belanghebbende werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet tot relevante rechtsvragen leidden. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vereiste aangifte inkomstenbelasting niet is gedaan.