Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1. de Inspecteur,
2. de Minister voor rechtsbescherming,
2.Feiten
in verband met een, aan voorwaarden verbonden, eenmalige bijdrage in de investeringskosten in het kader van innovatie in de zorg en kwaliteit van huisvesting zoals benodigd en gewenst voor de cliëntengroep van [S].”
In feite zit in [A] een financiële reserve, gevormd uit overwegend AWBZ-middelen, die indien noodzakelijk weer ten gunste dient te komen aan [S] .” en “Kosten PNIL [Hof: personeel niet in loondienst] [A] zijn begroot (…) voor € 1.558.746. De opbrengsten zijn gebaseerd op 40 cliënten (waarvan 12 wooncliënten) en bedragen (inclusief begeleiding speciaal) € 1.349.827.”
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Vooraf
.Wel is duidelijk dat [D] de klikbrief met foto’s (zie 2.57.3) in haar bezit heeft gehad, maar dit stuk behoort al tot de gedingstukken.
.Aangezien het verzoek van belanghebbende onvoldoende specifiek aangeeft op welke onderwerpen belanghebbende de getuigen nog wenst te bevragen, alsmede gelet op de schriftelijke verklaringen van genoemde belastingambtenaren die al tot de gedingstukken behoren, is ongewis waartoe het horen van de getuigen verder nog zou dienen. Daarom is het Hof aan belanghebbendes verzoek voorbij gegaan.