ECLI:NL:HR:2009:BK3060
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over samenstel onroerende zaken Wet WOZ
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de waarde van twee onroerende zaken door de gemeente Utrecht voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 13 december 2006. Na vernietiging van de uitspraken door de Rechtbank Utrecht, stelde de heffingsambtenaar hoger beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de rechtbank vernietigde en de zaak terugwees.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof behandeld. Het geschil betrof de vraag of de twee panden een samenstel vormen zoals bedoeld in artikel 16, lid 1, letter d, van de Wet WOZ. Het Hof had geoordeeld dat het ontbreken van een voor derden waarneembare samenhang betekende dat geen samenstel bestond.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte alleen de voor derden waarneembare samenhang als maatgevend had beschouwd. Volgens de Hoge Raad moeten alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien, ook die niet voor derden waarneembaar zijn. Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Daarnaast gelast de Hoge Raad dat de gemeente Utrecht aan belanghebbende het griffierecht vergoedt dat deze in cassatie heeft moeten betalen. De Hoge Raad acht geen reden voor een veroordeling in proceskosten en laat de vergoeding van kosten voor de eerdere instanties aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.