ECLI:NL:HR:2009:BK3204

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01450 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410a SvArt. 445 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking hoger beroep buiten behandeling

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de voorzitter van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij een ingesteld hoger beroep buiten behandeling werd gelaten op grond van artikel 410a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad heeft onderzocht of tegen een dergelijke beschikking beroep in cassatie openstaat. Volgens artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering is beroep in cassatie tegen beschikkingen slechts mogelijk in de gevallen die in dat wetboek zijn bepaald. Omdat geen bepaling bestaat die cassatie tegen een beschikking als bedoeld in artikel 410a, vierde lid, Sv toestaat, kan het beroep van verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak dat tegen dergelijke beslissingen van de voorzitter van het gerechtshof geen cassatieberoep openstaat, en verklaart het beroep van verdachte niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd genomen door de raadsheren Balkema, de Savornin Lohman en Loth op 22 december 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beschikking van de voorzitter van het gerechtshof geen cassatieberoep openstaat.

Uitspraak

22 december 2009
Strafkamer
nr. 08/01450 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking als bedoeld in art. 410a, vierde lid, Sv, van de voorzitter van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 december 2007, nummer 22/004707-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H. Weisfelt, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de voorzitter van een gerechtshof om een ingesteld hoger beroep buiten behandeling te laten, als bedoeld in art. 410a, vierde lid Sv.
2.2. Volgens art. 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke beroep in cassatie openstaat tegen een beschikking als bedoeld in art. 410a, vierde lid, Sv van de voorzitter van een gerechtshof om een ingesteld hoger beroep buiten behandeling te laten, kan de verdachte in het ingestelde beroep niet worden ontvangen (vgl. Kamerstukken I, 2005-2006, 30 320, C, p. 7, en HR 31 maart 2009, LJN BG6595).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2009.