ECLI:NL:HR:2009:BK3834
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrecht over binnen vijf jaar na emigratie gerealiseerd voordeel uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over voordelen uit een aanmerkelijk belang. Na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof, die de aanslag handhaafden, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende mocht vertrouwen op het verdragsbeleid van Nederland zoals uiteengezet in een brief van de Staatssecretaris van Financiën uit 1997, waarin gesteld werd dat na emigratie niet meer geheven zou worden over binnen vijf jaar gerealiseerde voordelen uit het aanmerkelijk belang. Het hof oordeelde dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was, mede omdat Nederland op grond van het belastingverdrag met België wel mocht heffen.
Daarnaast stelde belanghebbende dat sprake was van discriminatie op grond van nationaliteit in strijd met het gemeenschapsrecht, omdat hij slechter werd behandeld dan andere EU-burgers. Ook dit verweer werd door het hof en bevestigd door de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat geen grond bestaat voor een proceskostenveroordeling. Hiermee werd de uitspraak van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.