ECLI:NL:HR:2009:BK4884
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van aanvraag tot herziening van ontnemingsuitspraak en strafvonnis
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Zwolle-Lelystad en een ontnemingsbeslissing van dezelfde rechter. De aanvrager was veroordeeld voor medeplichtigheid aan een overtreding van de Opiumwet en diefstal, met een gevangenisstraf van vier maanden en een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 84.635.
De Hoge Raad beoordeelde dat een aanvraag tot herziening alleen ontvankelijk is indien zij steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat de uitkomst van de zaak anders zou zijn geweest. De aanvraag bevatte geen dergelijke omstandigheden en voldeed niet aan de vereisten van art. 459 en Pro 460 Sv.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat oplegging van een ontnemingsmaatregel geen veroordeling is in de zin van art. 457 Sv Pro, waardoor de aanvraag tot herziening van de ontnemingsuitspraak niet ontvankelijk kan worden verklaard. De Hoge Raad wees op de mogelijkheid van vermindering of kwijtschelding van het bedrag op grond van art. 577b Sv en uitstel of betaling in termijnen op grond van art. 561 Sv Pro.
De Hoge Raad verklaarde de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk en wees de aanvraag af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 1 december 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk en wijst deze af.