ECLI:NL:HR:2009:BK7192
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling
De aanvrager heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend tegen twee vonnissen van de Politierechter te Rotterdam uit 1995 en 1999. Het verzoek betrof de stelling dat sprake zou zijn van een persoonsverwisseling, waardoor de aanvrager niet de veroordeelde zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat voor herziening een ernstig vermoeden van onjuistheid van het bewezenverklaarde moet bestaan, gebaseerd op nieuwe feiten van feitelijke aard die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren. Het enkele verschil tussen handtekeningen uit 1998 en 2008 wordt onvoldoende geacht om een dergelijk vermoeden te wekken.
De beslissing van de Officier van Justitie om de executie te staken wegens niet langer uitgesloten persoonsverwisseling en de daarop gebaseerde aanname van de Voorzieningenrechter kunnen niet bijdragen aan het vereiste ernstige vermoeden, omdat dit op feitelijke omstandigheden moet berusten.
Daarom verklaart de Hoge Raad het verzoek niet-ontvankelijk voor het vonnis van 1995 en wijst het verzoek af voor het vonnis van 1999. Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 22 december 2009.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard respectievelijk afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.