ECLI:NL:HR:2010:BI1947
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst prejudiciële vraag over btw-aftrek bij privégebruik bedrijfsloods
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, gebruikte een bedrijfsloods deels voor privébewoning van de vennoten. Voor de tijdelijke bewoning werden aanpassingen aan de zolderetage verricht, waarvoor btw in rekening werd gebracht en aftrek werd geclaimd. De Inspecteur stelde dat aftrek ten onrechte was, behalve voor badkamer en toilet.
Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag deels en oordeelde dat de btw op de aanpassingen niet aftrekbaar was, omdat deze niet voor belaste handelingen waren gebruikt en de diensten niet door belanghebbende zelf waren verricht. Belanghebbende stelde in cassatie dat artikel 6 lid 2 van Pro de Zesde richtlijn wel van toepassing is en dat btw op aanschaf, onderhoud en verbeteringen aftrekbaar moet zijn.
De Hoge Raad overweegt dat de toepassing van de Zesde richtlijn op deze situatie onduidelijk is en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de bepalingen omtrent btw-aftrek bij tijdelijk privégebruik van investeringsgoederen en de invloed van het al dan niet in rekening brengen van btw bij aanschaf. De procedure is geschorst in afwachting van het arrest van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de btw-aftrek bij tijdelijk privégebruik van een bedrijfsloods.