ECLI:NL:HR:2010:BI9751
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten voor vermogensbestanddeel in rendementsgrondslag box 3
Belanghebbende en haar echtgenoot kochten in 2000 een monumentenpand dat zij in 2001 deels verhuurden aan een BV waarvan zij aandeelhouders zijn. De aankoop- en renovatiekosten van het winkelgedeelte werden op de openingsbalans van het werkzaamheidsvermogen opgenomen tegen een lagere waarde dan de kosten.
De Inspecteur stelde het verlies uit werk en woning voor 2001 op nihil en weigerde aftrek van een 'aanloopverlies' op grond van artikel 3.10 Wet IB 2001. Zowel rechtbank als hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat artikel 3.10 Wet IB 2001 niet leidt tot aftrek van kosten en lasten die betrekking hebben op een vermogensbestanddeel dat deel uitmaakte van de rendementsgrondslag van box 3. Dit omdat die kosten reeds forfaitair in de rendementsgrondslag zijn verwerkt. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aftrek van kosten voor het vermogensbestanddeel in box 3 wordt geweigerd.