ECLI:NL:GHSHE:2008:BG4588
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- J.W.J. Huige
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanloopverlies bij verhuur monumentenpand aan eigen B.V. volgens artikel 3.10 Wet IB 2001
Belanghebbenden zijn eigenaren van een monumentenpand dat vanaf 8 december 2001 gedeeltelijk werd verhuurd aan hun eigen B.V. Vanaf die datum werd het pand aangemerkt als resultaat uit een werkzaamheid (box 1), terwijl het daarvoor in box 3 viel. Het geschil betrof de vraag of in 2001 een aanloopverlies op grond van artikel 3.10 van de Wet IB 2001 in aanmerking mocht worden genomen.
Het hof oordeelde dat artikel 3.10 Wet IB 2001 bedoeld is voor situaties waarin onduidelijkheid bestond over het bestaan van een bron van inkomen, zodat kosten en lasten uit voorgaande jaren alsnog in aftrek konden worden gebracht. In dit geval was het pand van meet af aan een bron van inkomen, waardoor deze regeling niet van toepassing is. De lasten waren al forfaitair verwerkt in box 3.
Belanghebbenden voerden aan dat de kosten niet in mindering konden worden gebracht op het belastbaar inkomen uit werk en woning, maar het hof volgde de inspecteur dat de regeling niet bedoeld is voor aanloopverliezen die ontstaan na de overgang van box 3 naar box 1. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd het griffierecht niet terugbetaald en werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen aanloopverlies op grond van artikel 3.10 Wet IB 2001 kan worden afgetrokken omdat het pand vanaf het begin een bron van inkomen vormde.