ECLI:NL:HR:2010:BJ8544
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Fierstra
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor over loonbelastingheffing bij buitenlandse betaaldvoetbalorganisaties en vrije verkeer van diensten
Belanghebbende, een Nederlandse betaaldvoetbalorganisatie, betaalde in 2002 en 2004 gages aan Britse betaaldvoetbalorganisaties voor vriendschappelijke wedstrijden in Nederland. Over deze betalingen werd geen loonbelasting ingehouden, waarna naheffingsaanslagen werden opgelegd. De rechtbank vernietigde deze aanslagen, het hof herstelde ze deels. Belanghebbende stelde cassatie in tegen de uitspraken van het hof.
De kern van het geschil is of de Nederlandse regeling die inhoudingsplicht oplegt aan binnenlandse dienstontvangers bij betalingen aan buitenlandse gezelschappen een verboden beperking vormt van het vrije verkeer van diensten zoals gewaarborgd in artikel 56 VWEU Pro. Het hof oordeelde dat de regeling een gerechtvaardigd doel van algemeen belang dient, namelijk de doeltreffende heffing en invordering van belasting, en dat de regeling proportioneel is.
De Hoge Raad constateert gerede twijfel over de vraag of de regeling een beperking vormt en of deze beperking gerechtvaardigd kan worden in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 56 VWEU Pro en de proportionaliteit van de Nederlandse regeling, mede gelet op Europese richtlijnen en de mogelijkheid van belastingverrekening.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst de procedure.