ECLI:NL:GHSGR:2008:BG8020
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonheffing buitenlandse betaaldvoetbalorganisatie niet in strijd met vrij verrichten van diensten EG-Verdrag
Belanghebbende, een betaaldvoetbalorganisatie (BVO), kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over een gage betaald aan een buitenlandse BVO uit Groot-Brittannië voor een vriendschappelijke wedstrijd in Nederland in 2002. De Inspecteur hield loonheffing in op de vergoeding aan het buitenlandse gezelschap, terwijl belanghebbende dit betwistte op grond van het vrij verrichten van diensten volgens artikel 49 EG Pro-Verdrag.
De rechtbank had de naheffingsaanslag vernietigd, maar het Gerechtshof 's-Gravenhage oordeelde anders. Het Hof stelde vast dat de wettelijke regeling voor loonheffing van buitenlandse gezelschappen verenigbaar is met het EG-Verdrag. De regeling beoogt de heffing en invordering van belasting te vereenvoudigen en administratieve lasten te beperken, zonder disproportionele belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten.
Het Hof verwees naar de relevante bepalingen van de Wet op de loonbelasting 1964 en het Verdrag Nederland-Engeland, waarin Nederland heffingsbevoegdheid heeft over de gage betaald aan het buitenlandse gezelschap. Het Hof concludeerde dat de regeling een objectieve rechtvaardiging heeft en een passend middel is om belastinginning te waarborgen.
Belanghebbendes stelling dat de buitenlandse BVO niet kan verrekenen met Britse winstbelasting faalde wegens onvoldoende bewijs. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bevestigde de naheffingsaanslag van de Inspecteur. De proceskostenveroordeling van de rechtbank werd niet in stand gelaten.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting op de buitenlandse betaaldvoetbalorganisatie en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.