ECLI:NL:HR:2010:BK2651

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13469
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 327 SvArt. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijskracht proces-verbaal ondanks ontbreken griffierhandtekening

In deze strafzaak stelde de Hoge Raad vast dat het proces-verbaal niet was ondertekend door de zittingsgriffier, zoals vereist volgens art. 327 Sv Pro, maar door een ander persoon vanwege werkdruk. De voorzitter had het proces-verbaal wel ondertekend. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof.

De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van de griffierhandtekening niet leidt tot vernietiging van het vonnis, omdat de griffier buiten staat was het proces-verbaal vast te stellen en te ondertekenen. Het enkele feit dat in het proces-verbaal niet werd vermeld dat de griffier verhinderd was, ontneemt de bewijskracht daarvan niet.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar dat dit gezien de lichte straf en de mate van overschrijding geen rechtsgevolgen heeft. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het proces-verbaal blijft bewijskrachtig ondanks het ontbreken van de griffierhandtekening.

Uitspraak

5 januari 2010
Strafkamer
Nr. 07/13469
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2007, nummer 20/003809-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1959, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.C.M. Asselbergs, advocaat te Bergen op Zoom, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 6 augustus 2007 niet overeenkomstig art. 327 Sv Pro is vastgesteld en ondertekend.
3.2. Art. 327 Sv Pro luidt als volgt;
"Het proces-verbaal wordt door den voorzitter of door een der rechters, die over de zaak heeft geoordeeld, en den griffier vastgesteld (...). Voor zoover de griffier tot een en ander buiten staat is, geschiedt dit zonder zijne medewerking en wordt van zijne verhindering aan het slot van het proces-verbaal melding gemaakt."
3.3. Het in het middel bedoelde proces-verbaal houdt het volgende in:
"Tegenwoordig:
Mr. B.F. de Poorter, voorzitter,
(...)
Mr. B.M. Hoekstra, griffier.
(...)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend."
Voorts bevat het proces-verbaal een leesbare handtekening op naam van M.v/d Heijden en een onleesbare handtekening. Naar volgt uit de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 is uit navraag bij het Hof gebleken dat de genoemde Van der Heijden "vanwege de werkdruk" van de zittingsgriffier zelf het proces-verbaal heeft uitgewerkt en ondertekend, en voorts dat de onleesbare handtekening is van de voorzitter.
3.4. Aldus is niet voldaan aan het voorschrift van art. 327 Sv Pro. Het middel klaagt daarover terecht. Dat behoeft echter niet tot cassatie te leiden.
De ondertekening door M. van der Heijden is zonder betekenis aangezien deze niet afkomstig is van de zittingsgriffier. Gelet op de ingewonnen inlichtingen moet aangenomen worden dat de zittingsgriffier buiten staat was het proces-verbaal vast te stellen en te ondertekenen. In het licht daarvan en in aanmerking genomen dat het proces-verbaal wel is ondertekend door de voorzitter, ontneemt het enkele feit dat in het proces-verbaal van de verhindering van de griffier geen melding is gedaan niet de bewijskracht aan dat proces-verbaal.
3.5. Het middel faalt.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 5 januari 2010.