ECLI:NL:HR:2010:BK2651
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijskracht proces-verbaal ondanks ontbreken griffierhandtekening
In deze strafzaak stelde de Hoge Raad vast dat het proces-verbaal niet was ondertekend door de zittingsgriffier, zoals vereist volgens art. 327 Sv Pro, maar door een ander persoon vanwege werkdruk. De voorzitter had het proces-verbaal wel ondertekend. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van de griffierhandtekening niet leidt tot vernietiging van het vonnis, omdat de griffier buiten staat was het proces-verbaal vast te stellen en te ondertekenen. Het enkele feit dat in het proces-verbaal niet werd vermeld dat de griffier verhinderd was, ontneemt de bewijskracht daarvan niet.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar dat dit gezien de lichte straf en de mate van overschrijding geen rechtsgevolgen heeft. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het proces-verbaal blijft bewijskrachtig ondanks het ontbreken van de griffierhandtekening.